Skip to content

Het dorp Wommels bestond al voordat de jaartelling begint. Uit terpvondsten van rond 1900 heeft men vast kunnen stellen dat het hier al voor 500 voor Christus bewoond moet zijn geweest. Het was een waterrijk gebied. En om zichzelf als bewoners veilig te stellen, werd de bewoonde kleigrond geleidelijk aan opgehoogd. Zo ontstonden er in de omgeving van Wommels veertien terpen, waarop boerderijen en hier en daar ook arbeiderswoningen werden gebouwd. Ze behoren tot de oudste terpen van Friesland. Op één van de terpen bij Wommels  werd een kerk met toren gebouwd. Die terp groeide uit tot het kerndorp Wommels. De naam Wommels zou nog herinneren aan de eerste bewoners. Heel vroeger was er sprake van de naam Womelinge, hetgeen betekent: de plaats waar Womel woont.


De kerk op de terp

Dat Wommels is gebouwd op een terp, is goed te zien aan de kerk die hoger staat dan de bebouwing eromheen. Het grasveld midden in het dorp, heet de Terp. Zo’n grasveld midden in het dorp is vrij uniek in Friesland en doet denken aan brinken zoals in de provincie Drenthe. Het grasveld was oorspronkelijk in het bezit van de kerk. In 1672 werd de Terp eigendom van het burgerlijk armbestuur. Bewoners rondom de Terp konden een stukje van de grond huren om er hun was op te bleken. Voorheen werd er op de Terp gekaatst en er werden o.a. veekeuringen, ringrijdwedstrijden en jaarmarkten gehouden. Nog altijd wordt de Terp gebruikt voor festiviteiten tijdens de dorpsfeesten.

De 14 terpen hebben allemaal een naam: Hottinga, Westerlittens, Walpert, Britsaerd, Geins, Fyns, Sippens, Tywerd, Tellens, Swyns, Stapert, Swiegaerd, Braerd en Hondsbood. Van twee terpnamen is een volksverhaal bekend. Op de terp Valpert woonde edelman Bokke in een stins en op Stapert woonde edelman Agge, eveneens in een stins. Beide edelmannen werden verliefd op Bertha, een dame van stand. Bertha kon geen keus maken tussen haar minnaars. Besloten werd om een tweegevecht tussen de beide edelmannen te houden. Het paard van Bokke werd bij het gevecht dodelijk getroffen. Vanaf dat moment werd Bokke zijn stins Valpert, later Walpert (val peerd) genoemd. Het paard van Agge bleef overeind staan en ontstond de naam Stapert (sta peerd). En Agge mocht met Bertha trouwen.

Een ander strijdlustig verhaal speelt zich af in de tijd van de Schieringers en Vetkopers. Twee partijen die in het noorden van Nederland lijnrecht tegenover elkaar stonden. In Wommels stond de stins van de Hottinga’s, aanhangers van de Schieringers. De Donia’s van Easterein, een dorp verderop, waren aanhangers van de Vetkopers. De Hottinga’s staken in de 15e eeuw het Doniahuis in Easterein in brand, waarop de Donia’s op hun beurt het hele dorp Wommels in brand staken. Hierbij kregen ze hulp van de Harinxma’s uit Sneek. Ook de Bolswarders probeerden het vervolgens nog een keer, maar de Hottingastins werd niet veroverd. Wel staken ze verschillende huizen in brand, plunderden de kerk en namen veel vee mee. Vervolgens brachten de Hottinga’s in 1491 de bewoner van Donia om het leven en staken het huis in brand. In 1515 werd de Hottingastins belegerd door de Geldersen. De bewoner, Jarich, stond aan de zijde van Karel V. Hij wist verkleed als een Sakisische soldaat, te ontkomen.

In datzelfde jaar 1515 werd in Wommels Sipcke Stapert geboren. Hij overleed op 68-jarige leeftijd in Spiers
(Duitsland) en was een rechtsgeleerde, wetenschapper en dichter die door Karel V in de adelstand werd verheven. Sipcke Stapert, alias dr. Cyprianus Stapert Vomelius, schreef zijn eigen grafschrift en dat van zijn zuster, in het Latijn.

Vooraanstand waren ook de Jongema’s die op Geins woonden. In de 17e eeuw werd Duco Jongema hier grietman. In de 18e eeuw komen de grietmannen uit het geslacht van de Sminia’s. Vlakbij de kerk, ongeveer op de plek van tegenwoordig supermarkt Jumbo, lieten zij een slot bouwen. Bij het slot werd een park aangelegd, It Bosk. Een deel van de gracht gegraven om het bos of Sminiapark van de eerste Sminiastate bestaat nu nog en is zichtbaar langs de Van Sminialeane. Na de afbraak van het slot rond 1870, werd het bos in 72 percelen verdeeld en verhuurd aan de Wommelser arbeiders om plaats te maken voor volkstuintjes. Aan de oostkant van het kerkhof bevindt zich nog het ijzeren hek van Sminiastate. Tot begin jaren vijftig stond dit toegangshek aan het begin van It Bosk.

In 1898 werd mr. Wiardus Willem Hopperus Buma burgemeester van Hennaarderadeel en bouwde een nieuwe Sminiastate. Zijn moeder was nog geboren op de eerste Sminiastate. Het werd een grote moderne villa in Engelse stijl. Het landhuis bezat een druk uiterlijk met blauwe en rode dakpannen, mozaïeken en een torentje. Daarbij had de villa een grote prachtige tuin waarin de inwoners van Wommels ‘s zondags vrij mochten wandelen.


De villa

In 1905 nam Buma onverwachts ontslag omdat hij genoeg had van de politieke en kerkelijke ruzies waarin hij verstrikt raakte. Zijn villa liet hij in delen afbreken en in 30 scheepsladingen over de Zuiderzee naar Haarlem vervoeren, waar deze aan het Spaarne aan de zuidkant van de stad weer steen voor steen werd opgebouwd. Onderweg naar Haarlem is één schip met stenen gezonken. In Haarlem kreeg de villa de naam Oldehove, maar is in 1969 in vlammen opgegaan. In Wommels zijn een dam in de sloot en het stenen bruggetje aan de Van Sminialeane nog stille getuigen van de villatuin. De adellijke huizen zijn uit Wommels verdwenen, maar grafstenen, kerkbanken, rouwborden en een epitaaf in de kerk zijn als stille getuigen gebleven.

Wommels is eeuwenlang de hoofdplaats van de grietenij en later de gemeentes Hennaarderadeel en Littenseradiel geweest. Bij de laatste herindeling in 2018, kwam Wommels bij de gemeente Súdwest-Fryslân en verdween het gemeentehuis uit het dorp. Het gemeentehuis werd omgebouwd tot het seniorencomplex Nij Walpert. In de Tweede Wereldoorlog kreeg Wommels een NSB-burgemeester. En het plaatselijke café vestigt zich dan de Sicherheidsdienst met hun afdeling “Zoll”. De tweede overval op een distributiekantoor in Nederland, vond in 1942 plaats in Wommels.

De laatgotische Jacobikerk dateert uit begin 1500 en is gebouwd op een terp. De eerdere, aan het eind van de 15e eeuw afgebrande kerk, was een kerk van tufsteen. Al in de 12e eeuw wordt de kerk genoemd.

Aanvankelijk had de kerktoren een zadeldak, maar tijdens een verbouwing in 1862, heeft de kerk een spitse toren gekregen, gebouwd met een steen van een ander formaat en kleur. Daarom werd er in 1873 besloten het schip en het koor te bepleisteren. In de jaren 1971-1972 werd dit pleisterwerk verwijderd en zijn oude elementen weer zichtbaar gemaakt. Aan de noordkant van de kerk is de gevelsteen met een tekst uit 1591 ingemetseld. De deur in het midden, aan de achterkant van de kerk, dateert uit begin 1700. Het zou de ingang voor de adel kunnen zijn geweest, omdat dit gedeelte ook grenst aan waar zich vroeger het park van de adellijke familie Van Sminia bevond. De laatste grote verbouwing van de kerk was in 2013. Het interieur bestaat o.a. uit fraaie rouwborden en 17e-18e eeuws meubilair, met o.a. houtsnijwerk van de vader van de Friese dichter Gysbert Japicx. In de toren van de kerk hangen twee klokken, die in de tweede wereldoorlog door de bezetter uit de kerktoren zijn gehaald om in Duitsland te worden omgesmolten. De grote klok kwam eerst in opslag in Giethoorn en is daar vanwege wateroverlast blijven staan. In juli 1945 kwam die klok weer terug in Wommels. De kleine klok werd vervoerd naar Hamburg, kwam gescheurd terug en werd in 1955 omgesmolten. Op 3 maart 1955 werd die klok weer in de toren geplaatst.


De klok weer terug in de toren (1955)

Aan de westelijke toegangsweg van Wommels, bevindt zich de voormalige Gereformeerde kerk uit 1889. Tegenwoordig woonhuis. In het begin van de 20e eeuw bezat Wommels ook nog een Evangelisatielokaal, dat later ook voor andere doeleinden werd gebruikt en uiteindelijk is afgebroken. In de 19e eeuw ontstonden vanaf de Terp de uitvalswegen naar Bolsward, Spannum en Easterein.


Het Evangeliesatielokaal

Tot 1872 was er één school in Wommels. In dat jaar werd er ook een Christelijke school geopend.

al
De eerste Christelijke school

Deze Christelijk Nationale School school kreeg meer en meer een gereformeerd karakter en vervolgens werd er een tweede Christelijke school geopend, de CVO-school (ook wel hervormde school). Het kleuteronderwijs begon in 1947 in Wommels. In 1920 kreeg Wommels ook een ULO/MULO school, later MAVO. Het voortgezet onderwijs verdween in 2018 uit Wommels.


De ULO met CNS-school bij de opening in 1920

In 1968 werden de beide Christelijke scholen samengevoegd. De openbare en christelijke scholen hebben tegenwoordig hun onderkomen gevonden in een brede school.
Wommels is al eeuwenlang een “greidedoarp”, een echt plattelandsdorp. Voorheen bezat het dorp ook een korenmolen, een jeneverstokerij en zelfs een schuitenmakerij. Maar het groeide uit tot een dorp met een levendige kaashandel. In de jaren ’90 van de 19e eeuw kwamen er twee zuivelfabrieken. Er is altijd volop
bedrijvigheid geweest. Er waren bakkers, slagers, glazenmakers, schilders, schoenmakers, smeden, timmermannen, chirurgijns, huisartsen, gasfitters, notarissen enz. En er is de jaarlijkse Freule-kaatspartij op de eerste woensdag in augustus, in 1903 ontstaan op initiatief van de Freule. Een nicht van de eerder genoemde burgemeester Buma. Wommels is vanouds een echt kaatsdorp. De straat Keatsebaen wordt al halverwege de 18e eeuw genoemd als plek waar wordt gekaatst.


Kaatsen op de Keatsebaen

Voor meer geschiedenis over Wommels:

Historische route Puur de Greidhoeke (zie Dorpsroutes).
Dorpskrant Diggelfjoer, rubriek: Efkes werom sjen
Facebook: Wommelstrochdetiid

Deze pagina is geschreven door Johan Wagenaar.

 

Back To Top